donderdag 8 juni 2017

Magnesium voor je spieren



Met het mooie weer van de laatste tijd is het heerlijk om weer eens een rondje te fietsen. Soms heb ik de volgende dag een beetje last van zware, wat vermoeide benen. Melkzuur kan het eigenlijk niet zijn want ik fiets met een gematigde snelheid, in het aerobe gebied. Nou ja, af en toe een heuveltje, maar dat melkzuur trap ik er wel weer uit op het vlakke stuk. Wat ik zo af en toe eens doe is een voetenbadje in een oplossing van Magnesiumvlokken. Magnesium is goed voor van alles maar zeker voor de werking van je spieren. Het is niet alleen goed maar gewoon onmisbaar.

Bij elke spiercontractie moeten de myosinekopjes zich hechten aan het actine. Actine en myosine, de twee spiereiwitten moeten over elkaar glijden. Calcium zorgt ervoor dat de aanhechtingsplaats voor de myosinekopjes op het actine vrij gemaakt worden (zie artikeltje 27/2). Magnesium hecht aan het myosinekopje en zorgt ervoor dat de energie uit ATP gebruikt kan worden. ATP splitst nu in ADP en P en de energie komt vrij, het myosinekopje vervormt. Het myosinekopje hecht aan actine, schuift de twee spiereiwitten over elkaar (actine en myosine). Dit is dus de spierbeweging. ADP en Magnesium verlaten het myosinekopje.
Als ATP zich weer bindt aan het myosinekopje laat het kopje weer los en kan alles weer opnieuw gebeuren.
Als je dit zo leest kun je je er misschien helemaal niets bij voorstellen. De afbeelding hieronder verduidelijkt het hopelijk een beetje.
(Calcium is het gele bolletje, ATP is het groene bolletje en Magnesium is het grijze piramide-vormpje) 

In elk geval …. Je kunt wel genoeg ATP-tjes hebben maar als er geen magnesium is kan de spier de energie uit ATP niet vrijmaken. 
Nu vraag ik me wel af waarom Magnesium-olie op je huid smeren of een (voeten)bad in een Magnesiumoplossing beter werken dan het slikken van Magnesium-tabletten.

     

  
     















donderdag 18 mei 2017

Genetica + ....... = Epigeneteca



“Van achthonderd kinderen die tijdens of vlak na de hongerwinter werden geboren in het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, werd jarenlang nauwgezet de gezondheid onderzocht. Zij bleken een veel grotere kans te hebben op tal van ernstige aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, suikerziekte, nierproblemen en borstkanker. Aanpassing van de foetus aan de ondervoeding in de baarmoeder speelt een rol, evenals het gebrek aan bouwstenen voor de aanleg van organen.”   
Bron: Ellen de Visser, 2009 De Volkskrant. Een hongerwinterkind blijft een ziekelijk kind.

Alweer zo’n 8 jaar geleden kwam ik het artikel over de gevolgen van de hongerwinter op kinderen van moeders die tijdens hun zwangerschap honger geleden hadden. Later bleek ook dat hun kinderen dezelfde gezondheidsrisico’s lopen. De opgelopen schade is dus erfelijk. Men ontdekte dat genen aan- of uitgeschakeld kunnen worden en dat dit veroorzaakt wordt door omstandigheden van buitenaf. Wat je erft is niet alleen afhankelijk van je genen maar ook nog van de veranderingen van de genexpressie door invloeden van allerlei factoren. Het vakgebied wat hierbij hoort is de epigenetica. Epi betekent “op”. Het is dus genetica+. 

Dus de erfelijke informatie, die bepaald wordt door de lettercodes in het DNA, is niet allesbepalend. Door methylering (dit is een soort afdekken van stukken DNA) kunnen genen veranderen. Methylering kan verantwoordelijk zijn voor allerlei chronische ziekten. Diabetes type 2 is er één van. Hiermee ga je dus anders kijken naar voeding en zeker naar voeding tijdens de zwangerschap. En niet alleen voeding. Ook andere factoren zoals stress, medicijngebruik, straling  en zelfs de sociale omgeving waarin je leeft blijken van grote invloed op je gezondheid en je functioneren. Onderzoeken met muizen laten zien dat een zogenaamde ‘rijke’ omgeving (een omgeving met veel uitdagingen, mogelijkheden en variatie) zorgen voor een beter geheugen en groter leervermogen van de diertjes. 

Eigenlijk worden dingen die al lang bekend waren nu wetenschappelijk onderbouwd. Het wordt nu moeilijker om slechte gewoonten te relativeren omdat er bewijs is dat deze zeker invloed kunnen hebben op de manier waarop je genen hun werk kunnen doen.

Evolutie
Ook de kijk op de evolutie krijgt hier toch een draai. Waar we eerst dachten dat alleen de best aangepasten de grootste kans op nageslacht had, waardoor deze genen doorgegeven werden blijkt dat de aanpassing tijdens het leven te kunnen plaatsvinden en doorgegeven te worden. Dit lijkt op een enorme versnelling. Dit is misschien een antwoord op de twijfel van velen dat alleen de uitzonderingen verantwoordelijk zijn voor de evolutie van een soort. De ideeën van evolutiebioloog Lamarck waren zo gek nog niet. Hij beweerde dat giraffen tijdens hun leven een lange hals ontwikkelden omdat hun voedsel zo hoog hing. Het idee erachter blijkt zo gek nog niet. 
Door veranderingen in de expressie van genen, die ook nog erfelijk zijn, verloopt de evolutie van een soort veel sneller dan wanneer er toevallig één of enkele aangepaste exemplaren voorhanden zijn die de voor een veranderende soort zorgt.

De wetenschap over erfelijkheid is nog relatief jong. En van epigenetica nog jonger. Wie weet wat er nog meer volgt?
Tijdens mijn werk in het onderwijs zag ik het aantal kinderen met ADHD, ADD en dyslexie snel toenemen. Ik vroeg me af of er inderdaad een toename is of dat de diagnostiek zoveel verbeterd is? Maar een epigenetische oorzaak is natuurlijk zeker niet uit te sluiten.


Erg interessant om te lezen:
http://www.medischdossier.org/archief/jaargang_12/nummer_2/artikel_581/dossier-erfelijkheid-epigenetica-en-dna-een-nieuw-gezondheidsparadigma.html
http://exendo.be/epigenetica/


woensdag 10 mei 2017

over acupunctuur ...

Meridianen
Als je iets aan je oog mankeert richt je je op je oog. Je spoelt met gekookt water of je doet er een zalfje in. Het komt niet in je op om de buitenkant van het puntje van je pink te masseren. Toch zou dat heel goed kunnen helpen. Daar ligt namelijk het beginpunt van de Dunne darm-meridiaan. 
Als je wel eens een acupunctuurbehandeling hebt gehad weet je dat de naalden vaak niet in de buurt zitten van de plek waar de klacht zit. De naalden worden geprikt op acupunctuurpunten. Deze liggen op de zogenaamde meridianen. Meridianen zijn de energiebanen in je lichaam. De ‘meridiaan-Qi’ stroomt erdoor. De meridianen vormen een netwerk die de Qi vervoeren. Er zijn 12 meridianen die ieder invloed hebben op een bepaald orgaan. Ze liggen voor een groot deel vrij dicht onder de huid en de acupunctuurpunten liggen op deze 12 meridianen. Door een naald in een acupunctuurpunt te prikken beïnvloed je de Qi.  Er  zijn nog acht andere/bijzondere meridianen  die dieper liggen. Deze meridianen zijn niet verbonden met een orgaan. Twee ervan bevatten ook acupunctuurpunten. De bijzondere meridianen vormen een verbindend netwerk voor de 12 orgaanmeridianen. Ze dienen als een soort Qi-buffer; slaan een tijdelijk overschot op en als er een tekort is geven ze het weer af. 

Qi in balans door acupunctuur
TCM (Traditional Chinese Medicin) heeft (oorspronkelijk) als doel om de patiënt gezond te houden, dus te voorkomen dat er ziekte ontstaat. Voordat je echt ziek wordt is er al iets gaande. Er is niet in orde met de Qi. Vaak is dat een tekort.
De arts kan een tekort aan bijvoorbeeld leverenergie en/of miltenergie constateren en dit tekort opheffen door bepaalde punten te behandelen. De energiehuishouding is weer in balans, ziekte blijft uit. 
In mijn omgeving ken ik niemand die ‘preventief’ naar een acupuncturist gaat. Wij gaan pas als we iets mankeren, als er een klacht is. En dan gaan we eerst nog naar de ‘gewone’ arts. Pas als we niet van de klacht af komen gaan we verder zoeken. Het alternatieve / complementaire circuit. De keuze is reuze! Veel methoden zijn nog vrij jong, zo niet de TCM, waar acupunctuur deel van uit maakt. Het bestaat al duizenden jaren. Gek eigenlijk dat we er nog maar zo weinig gebruik van maken! 

Acupunctuur is een kunst
Er bestaan honderden acupunctuurpunten. Elk punt heeft meerdere functie. Dan hebben ook nog bepaalde puntencombinaties een bijzondere werking. Je zou kunnen denken dat zoveel mogelijk punten behandelen de grootste kans op genezing biedt. Een patiënt omtoveren tot een speldenkussen werkt helaas niet. 
- Less is more? -
Niet elke acupuncturist behandelt dezelfde punten voor een bepaalde klacht. Inzicht, kennis, ervaring en voorkeur van de arts bepalen de puntkeuze. Maar het begint met een goede diagnose. Naast een aantal algemene verschijnselen en het verhaal van de patiënt is de pols- en tongdiagnose heel belangrijk. De pols wordt gevoeld aan beide kanten op drie plekken. Elke kant vertegenwoordigt drie organen. Allerlei eigenschappen van de polsslag vertellen iets over de energetische toestand van de organen. Bij de tongdiagnose is het de kleur van de tong en de vorm, aard en hoeveelheid ‘beslag’ die de toestand van de patiënt verklapt. 


Jezelf behandelen
Je kunt ook zelf acupunctuurpunten behandelen door er druk op uit te oefenen met je vingers. Dit heet acupressuur. En ja, het internet …. daar kun je ze vinden, die punten voor zelfbehandeling.

Als ik bij de mondhygiëniste in de stoel zit masseer ik stiekem altijd mijn ‘Dikke Darm-4’punt bij het (pijnlijke) tandsteen verwijderen. 
Het verdooft een beetje! 


donderdag 27 april 2017

Rook niet!

Vitamine C
Twee stuks fruit per dag. Dat moet je eten voor je Vitamine C. Vitamine C is gezond en zorgt ervoor dat je niet ziek wordt. Het verhoogt je weerstand. Maar hoe? Vitamine C is een antioxidant. “Boordevol antioxidanten”  -  een slogan, term, belofte. Je treft het aan op talloze verpakkingen en je ziet en hoort het in reclames voor allerlei  voedingsmiddelen.
Anti-oxidanten, ja ik heb ooit geweten wat het zijn en hoe ze werken, maar precies weet ik het niet meer. Ik ben dus maar eens op zoek gegaan.

Anti oxidanten
‘Anti-oxidanten” wil zegen ‘tegen’ oxidanten. Dit impliceert dat oxideren iets schadelijks is.Oxideren – oxide = zuurstof. Gek eigenlijk. De onmisbare zuurstof heeft dus ook een negatieve kant. 
Om ATP (= energie) te maken is verbranding nodig. O2/Zuurstof en brandstof zorgen voor de productie van ATP waarbij CO2/koolstofdioxide en H2O/water ontstaan.
Bij de verbranding fungeert zuurstof als elektronen acceptor, bindt waterstof en er ontstaat H2O. Als dat, huppakee, in één keer zo zou gaan is er niets aan de hand, maar dat is dus niet zo. Onderweg ontstaan tussenproducten die reactief zijn. Dit zijn de oxidanten ofwel de (vrije) radicalen.
Vrije radicalen missen een elektron en daar gaan ze naar op zoek. Ze vinden een elektron door te reageren met / zich te binden aan een andere stof. Door die verbinding verandert die andere stof. Dat kan bv DNA zijn. Als DNA verandert - verandert ook de werking en dat kan kwalijke gevolgen hebben. Vrije radicalen reageren ook met eiwitten en vetten. Vrije radicalen kunnen celwanden en cellen beschadigen. Ze zijn o.a. verantwoordelijk voor versnelde veroudering. 


Vrije radicalen als verdediging
Het lichaam produceert ook doelbewust vrije radicalen. Dit doen cellen die actief zijn bij immuunreacties en ontstekingen. Radicalen kunnen immers celwanden aantasten en cellen vernietigen. Fagocyten, de zogenaamde ‘vreetcellen’, sluiten lichaamsvreemde stoffen zoals bv bacteriën in en vernietigen ze met hun enzymen en de radicalen. In het geval van een ontsteking neemt de verbranding ter plaatse enorm toe. De zuurstofopname wordt daar dan wel 50x zo groot en er worden dus ook grote hoeveelheden radicalen gevormd die de bacteriën te lijf gaan.























Radicalen onschadelijk maken
Ik sta er steeds weer versteld van hoe goed alles in ons lichaam geregeld wordt. Het systeem checkt en balanceert de productie van vrije radicalen. Radicalen worden ‘weggevangen’ door speciale enzymen. Er is nog een groep stoffen met anti radicale werking. Op die laatste groep, ik heb het dan over de vitamines C en E, Glutathion en Bètacaroteen, kun je zelf invloed op uitoefenen door bewust te eten!. Het zijn allemaal stoffen die je met een gezonde en gevarieerde voeding kunt opnemen. Ook van de sporenelementen Zink, en Seleen is een antioxidantwerking aangetoond. Het internet is weer de aangewezen plek om uit te vinden wat je moet eten om de genoemde stoffen binnen te krijgen.

Oxidatieve stress
Als het goed is kan het lichaam de vrije radicalen die ontstaan dus zelf opruimen. Als er echter heel veel ontstaan die hun gang kunnen gaan heb je een probleem. Dit heet oxidatieve stress. Radicalen ontstaan niet alleen tijdens de verbranding van voedingsstoffen maar ook door, ozon, en blootstelling aan Uv-straling. Zware metalen (ijzer, koper, cadmium, nikkel, lood, kwik, arsenicum) bevorderen het ontstaan van vrije radicalen. Tabaksrook bevat veel vrije radicalen. Rokers moeten zorgen dat ze extra vitamine C binnen krijgen.
Oxidatieve stress speelt een rol bij veel ziekten en aandoeningen. Kanker, neurologische aandoeningen, hoge bloeddruk, diabetes en tal van ademhalingsziekten  zijn hier voorbeelden van. 
Het ligt niet in mijn aard om nuttige adviezen te geven maar ik doe het nu toch een keer. Hier komt ie ……

Eet gevarieerd, eet veel groenten en fruit en  - - - - ROOK NIET!



maandag 17 april 2017

Pijntje hier - pijntje daar

Herken je dit lezer; er is altijd wel iets waar je last van hebt. Pijn in je schouder, in je pols, een stijve onderrug en nog wel meer. 
Als ik ga paardrijden stap ik altijd op met een krukje. Dat doe ik al jaren. Als ik dat niet doe krijg ik pijn in mijn linker heup. Ik heb lang geleden al eens röntgenfoto’s laten maken maar er was niks afwijkends te zien. En die heup bleef toch af en toe opspelen. Jaren later vond ik op internet een manier om van de pijn af te komen. Masseren van de m. piriformis ofwel de peervormige spier m.b.v. van een balletje. Het helpt echt. Er ontstaat daar schijnbaar af en toe een triggerpoint.

Nog niet zo heel lang geleden werd het fenomeen ‘triggerpoints’ ontdekt. Triggerpoints kunnen de oorzaak zijn van veel van onze klachten en pijntjes. Ik kreeg een tip om het Handboek triggerpoint therapie van Clair Davies & Amber Davies aan te schaffen. Dat heb ik gedaan. Het is een heel toegankelijk boek. Het is best dik, Nederlands geschreven en niet duur. Je vindt er zowel achtergrondinformatie over triggerpoints als praktische beschrijvingen over hoe je zelf je pijnklachten kunt oplossen of in elk geval kunt verminderen.

Triggerpoints zijn plekken in een spier die blijvend samengetrokken zijn. De bloedtoevoer is sterk verminderd waardoor zuurstof en brandstof geen toegang meer hebben tot die plek. Dat betekent dat er plaatselijk geen ATP gemaakt kan worden. Bij een spiercontractie zorgt ATP voor het loskoppelen van het Myosinekopje van het Actine (de energie uit ATP beweegt het kopje zie artikeltje ‘Strak’ 20/2). En als op de ene plaats in de spiervezel een ‘knoop’ ontstaat betekent dat, dat het aangrenzend gedeelte van de spiervezel sterk uitgerekt is. Zo zorgt de knoop voor pijn; meestal verderop in de spier of een gewricht.
De oorzaak van pijn in je pols of in de elleboog kan een triggerpoint in bijvoorbeeld je onderarm  zijn. Het schijnt zelfs dat een vermeende slijmbeursontsteking, artrose of zelfs een carpaal tunnelsyndroom vaak toe te schrijven zijn aan triggerpoints.
Triggerpoints kunnen ontstaan door door overbelasting, een ongeval, langdurig werken in dezelfde houding, gebrek aan beweging, overgewicht en nog veel meer. In het boek van Clair en Davies staat dit heel goed beschreven
Maar denk niet dat je triggerpoints kunt zien en meestal voel je ze ook nog eens niet. Pas als je erop drukt voel je dat er iets aan de hand is op die plek. Het doet pijn!

Het behandelingsprincipe is eigenlijk vrij eenvoudig; de circulatie op die plek verbeteren waardoor zuurstof en brandstof weer toegang krijgen tot de plek. Er wordt weer ATP gevormd en de Myosinekopjes komen los van het actine: de spier ontspant weer. Door op het punt te drukken of het punt te masseren bevorder je de doorbloeding. Je kunt je vingers gebruiken maar een balletje eroverheen rollen werkt ook goed. In het boek vind je nog een aantal andere hulpmiddelen  die je kunt gebruiken voor moeilijk bereikbare plekken.

Dry needling, een techniek die ook in de paardenwereld steeds meer gebruikt wordt, is ook een manier om triggerpoints te behandelen. Het triggerpoint wordt met een acupunctuurnaald ‘aangeprikt’. De prik met de naald veroorzaakt een reactie waardoor circulatie en daarmee aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof weer op gang komen. Het precieze mechanisme van dry needling is complex en nog niet helemaal bekend. Zelf heb ik er geen ervaring mee maar ik hoor en lees er veel positiefs over. 

Triggerpoints behandelen is één. Belangrijk is dat je op zoek gaat naar de oorzaak. Hoe komt het dat ze ontstaan op die plek? Maar door je triggerpoints zelf te behandelen doorbreek je vaak een negatieve spiraal en los je je pijntje gewoon zelf op. 

Ik kan erover meepraten.

maandag 10 april 2017

lopen met een doel




Zelf heb ik er niet zo veel mee; hardlopen / joggen / trimmen. Ik fiets liever. Het is makkelijker te doseren, je komt wat verder en je kunt wat meer genieten van de omgeving; trappers even stil houden en rondkijken. Toch zie je veel mannen en vrouwen hardlopen. Een enkele keer zie je ‘een echte’ die traint voor wedstrijden, maar meestal zijn het de joggers die als doel hebben: fit blijven, slank blijven of slank worden. Laatst sprak ik iemand die zich afvroeg hoe lang en met welke snelheid je moet lopen om vet te verbanden. Want het vet; dat wil je wel kwijt!

De voedingsstoffen die energie leveren zijn koolhydraten en vetten. De andere belangrijke voedingsstof; eiwit levert nauwelijks energie. Eiwitten zijn voor de opbouw van o.a. spieren. Dus je lichaam heeft de keuze tussen koolhydraten en vetten.

Vetten bevatten de meeste energie. 1 gram vet levert 9 kcal en 1 gram koolhydraten levert 4 kcal. Vetten kun je uitstekend opslaan. Dit kan rond je organen en onder de huid. Zo heb je altijd een mooi reservevoorraadje voor magere tijden. De opslag van koolhydraten wordt beperkt door de grote hoeveelheid water die dan automatisch ook vastgehouden wordt.
Toch gaat het bij atleten vaak over koolhydraatvoorraden die aangevuld moeten worden. Ze ‘stapelen’ glycogeen (de vorm waarin koolhydraten opgeslagen worden) door ruim voor een wedstrijd veel koolhydraatrijk voedsel (o.a. pasta) te eten. Blijkbaar presteer je meer door koolhydraten te verbranden dan door vetten te verbranden. Dat heeft te maken met de efficiëntere verbranding van koolhydraten. Met een bepaalde hoeveelheid zuurstof haal je meer energie uit koolhydraten dan uit vetten. En de hoeveelheid zuurstof die je op kunt nemen kent een limiet ofwel is de beperkende factor voor de prestatie. Een marathonloper die door zijn koolhydraatvoorraad heen is en over moet schakelen op vetverbranding ziet zijn tempo met de helft afnemen. Het drinken van sportdrankjes (suiker) is een must tijdens een duurloop!

Nu weer terug naar de verbranding.
Hoe de verhouding vet- koolhydratenverbranding uitvalt hangt af van de intensiteit van de training. Uit onderzoek is gebleken dat het aandeel vet dat je verbrandt het hoogst is bij een inspanning die lager is dan 60% van je maximale vermogen. In het begin van de training is het koolhydraataandeel iets groter maar na verloop van tijd is de verhouding fifty -fifty.
Aan het begin van je joggingsessie moeten ademhaling en bloedsomloop nog op gang komen. De zuurstofvoorziening is nog niet optimaal. Het koolhydraataandeel is nu iets hoger. Naarmate dat beter wordt verschuift de verhouding naar 50-50.

De vraag is nu hoe weet men dit? Onderzoekers hebben de hoeveelheid ingeademde zuurstof en uitgeademde koolstofdioxide gemeten tijdens inspanning. Als er alleen koolhydraten verbrand wordt is de ingeademde hoeveelheid zuurstof gelijk aan de uitgeademde hoeveelheid koolstofdioxide. Bij vetverbranding is de hoeveelheid uitgeademde koolstofdioxide kleiner dan de ingeademde hoeveelheid zuurstof. De verhouding CO2:O2 heet het respiratoir Quotiënt. Voor koolhydraten is die verhouding 1 (1:1) en voor vet is dat 0,7. (7:10).

Aan de hand van het Respiratoir Quotiënt kun je (de onderzoeker) bepalen hoe de verhouding koolhydraat- vetverbranding is.

Of je werkelijk vet en gewicht verliest??? Wat je eet, hoe je conditie is, hoe gespierd je bent, wat je eet na de training, hoe vaak en hoe lang je traint etc. speelt ook allemaal mee. Misschien nog een kort stukje hierover de volgende keer.


Gisteren lekker gefietst …. op mijn favoriete Koga!

zondag 2 april 2017

Kalk "de witte motor?"



Toen ik nog biologieles gaf voerden leerlingen een stollingsexperiment uit. We gebruikten onstolbaar gemaakt bloed. Het toevoegen van Calcium  zorgde ervoor dat het bloed weer ging stollen. 
Een stolsel heet een trombus. Onder anderen zorgt Trombine voor een trombus. Een voorstadium van trombine is pro-trombine.  Calcium zorgt voor de omzetting van pro-trombine in trombine. Calcium is onmisbaar voor bloedstolling.
Je kunt bloed onstolbaar maken door een stof aan bloed toe te voegen dat Calcium bindt. Er ontstaat dan geen trombine, dus geen stolsel. 




Bot is levend weefsel. Het wordt voortdurend afgebroken en weer opgebouwd. Tot je dertigste levensjaar is de opbouw groter dan de afbraak. Je botten groeien en worden steviger. Na je vijfendertigste wordt de afbraak grotere dan de opbouw. Je botten worden minder stevig. Als de botten echt broos worden spreekt men van osteoporose. Je hebt een grote kans op een botbreuk. En dat wil je niet natuurlijk …
Dus slik ik elke dag vitamine D (als ik het niet vergeet). Vanuit verschillende kanten kreeg ik het advies om dat te doen. Vitamine D ‘zit’ ook in zonlicht, dus veel buiten zijn helpt bij de aanmaak van vitamine D. Het is al lang bekend dat de huid onder invloed van zonlicht vitamine D maakt. Ik ben veel buiten maar voor vrouwen ‘op leeftijd’ is extra inname noodzakelijk. Een leerling met een donkere huidskleur vertelde me een keer dat het hele gezin vitamine D slikte. Een donkere huid ‘beschermt’ tegen zonlicht; noodzakelijk in een zonnig klimaat. Het Nederlandse weer zorgt voor te weinig aanmaak van vitamine D bij mensen met een donkere huidskleur. Vitamine D zorgt voor opname van Calcium uit je voeding. Calcium zorgt voor stevige botten.




Je zenuwstelsel zorgt voor een razendsnelle informatievoorziening in je lichaam. Impulsen zijn elektrische stroompjes door je zenuwcellen. Bij de passage van de impuls van de ene naar de andere zenuwcel speelt Calcium een rol. Pas nadat Calcium de zenuwcel binnengaat kunnen andere reacties plaatsvinden waardoor de impuls zijn weg vervolgt.















Spieren kunnen samentrekken maar dat moet/hoeft natuurlijk niet altijd. Een spier moet ook ontspannen kunnen zijn. Er ligt een soort ketting op het actine (je weet nog wel, één van de spiereiwitten). Die zorgt ervoor dat de myosinekopjes niet kunnen hechten aan het actine. Die ketting bedekt de aanhechtingsplaatsen. Calcium zorgt voor een reactie waardoor de ketting vervormt. De aanhechtingsplaatsen komen dan vrij en Myosinekopjes kunnen aan Actine klikken, ATP erbij en schuiven maar. Dus zonder Calcium geen spiercontractie.











Dus Calcium is nodig voor diverse belangrijke processen in je lichaam. Maar nu komt het probleem. Als je wilt weten wat je moet eten en drinken om voldoende Calcium binnen te krijgen ben je nog wel even bezig. Ik ga je geen adviezen geven beste lezer. Neem de tijd en lees op internet over wat je het best kunt eten en drinken. Dat melk de aangewezen Calciumbron zou zijn blijkt twijfelachtig.

De leuze:  “Melk – de witte motor” is zwaar verdacht!